Buxusmot alert

buxusmot de buitenkamer tuinontwerp gassel

Vroege Buxusmot

De eerste rupsen van de buxusmot zijn alweer gespot, door de zomerse temperaturen gaat de natuur in de hoogste versnelling. Sinds 2007 is de buxusmot in ons land en verspreidt zich inmiddels over steeds meer provincies. De rupsen zijn de boosdoeners, ze zijn onverzadigbaar en eten in no time je buxussen kaal. Heb je een enkele buxus in de tuin dan is dat niet zo’n probleem, je kan hem behandelen of vervangen voor een andere plant. Het is lastiger als de buxus, in de vorm van hagen of solitairen, een grote rol spelen in je tuin.

Mooie mot

De meeste motten of nachtvlinders zijn onooglijk en vallen niet op. Grijzig of bruinig vliegen ze ’s avonds en ’s nachts door je tuin, je weet eigenlijk niet dat ze er zijn. Hoe anders is dat bij de buxusmot, zilverig crème-wit met zwarte randen aan de vleugels. Groot, prachtig van kleur en zichtbaar vliegend in de schemering of rond een buitenlamp. Uit onderzoek blijkt dat nachtvlinders een belangrijke rol spelen bij de bestuiving van, vooral, inheemse planten. Of de buxusmot hier ook aan mee doet is me niet bekend, nergens vind ik hier publicaties over. Hoe mooi zou het zijn als onze vogels, die inmiddels steeds beter weten dat buxusrupsen lekker zijn, de plaag binnen de perken kunnen houden. En als deze nachtvlinder ook nog bepaalde planten blijkt te bestuiven zou het helemaal mooi zijn. Dan is de buxusmot een nieuwe toevoeging aan onze biodiversiteit.

Met mate behandelen

Soms zijn er maar weinig rupsen, laat de natuur dan zijn gang gaan. Inmiddels zijn er veel vogelsoorten die de rupsen op het menu hebben staan. Vooral koolmezen en mussen hebben ze ontdekt. Je kunt de struiken ook met een hogedrukreiniger bespuiten, door de harde straal water vallen de rupsen op de grond en overleven het niet. Heb je veel tijd over dan kan je regelmatig de rupsen handmatig verwijderen. Mocht dit allemaal niet lukken dan kan je Topbuxus Anti Rups gebruiken, dit biologische product is niet schadelijk voor andere insecten en vogels. Het is een bacteriepreparaat dat je oplost in water en over de buxus spuit.

 

 

 

Onkruid weghalen?

onkruid de buitenkamer tuinontwerp marion vermeulen gassel

Onkruid, of toch niet?

Wat is nu eigenlijk onkruid? Brandnetels, madeliefjes of paardenbloemen zijn vaak ongewenste gasten in de tuin. Terwijl veel van deze planten hele goede eigenschappen hebben, ze zijn geneeskrachtig, kunnen gebruikt worden als meststof of zijn goede nectar en stuifmeelleveranciers. Vooral dat laatste is van belang voor je tuin.

 

Paardenbloem als tuinhulp

Hoe meer variatie aan insecten, hoe meer natuurlijke vijanden, hoe minder aantastingen in je tuin. Je creëert een natuurlijk evenwicht door natuurlijke vijanden aan te trekken. Laat de paardenbloem nou zo’n insectenmagneet zijn. Niet alleen bijen, hommels en vlinders komen op de paardenbloem af. Ook minder ‘aaibare’ soorten zoals gaasvliegen en zweefvliegen houden ervan. Deze insecten eten veel schadelijke insecten en zijn dus een perfecte hulp in je tuin.

 

Drachtplant

Als een plant stuifmeel en nectar levert noem je zo’n plant een drachtplant. Niet alle planten leveren stuifmeel en nectar van dezelfde kwaliteit. De paardenbloem levert zowel stuifmeel als nectar van de hoogste waarde, dus zo’n ‘onbetekenende’ plant is voor veel insecten van belang. Ook veel vlindersoorten hebben het stuifmeel en de nectar van de paardenbloem nodig. Vanwege de vroege bloei is de paardenbloem belangrijk voor veel soorten die al vroeg rondvliegen, zoals de citroenvlinder en het oranjetipje. Op dat moment zijn er nog niet zoveel bloemen in bloei en is de paardenbloem dus een belangrijke leverancier.

 

Onkruid

Je kan paardenbloemen onkruid noemen of inheemse flora, het is maar net zoals je het bekijkt. Voor mij is onkruid een plant die op een verkeerde plek staat. Dat kan dus ook een tuinplant als het Mexicaans madeliefje zijn die zich heeft uitgezaaid in het gras. Op sommige plekken in de tuin laat ik inheemse beplanting staan, zo werd ik vorig seizoen verrast door een prachtige combinatie van blaassilene, ontsnapt uit de bloemenweide, met lichtoranje goudsbloem en grijsbladige salvia. Vanmorgen zag ik dat de blaassilene weer opkomt, die mag blijven staan. Eventuele zaailingen houd ik goed in de gaten, om te voorkomen dat het uit de hand loopt. Omdat de temperaturen stijgen gaat alles aan de groei, gewenste én ongewenste planten. Haal de ongewenste planten (=onkruid ) nu weg, dat scheelt je veel tijd in het komende seizoen.

 

 

Sneeuwklokjes kondigen de lente aan

de Buitenkamer tuinontwerp, Grave, sneeuwklokje

Voorbij de donkere dagen

Na de donkere decemberdagen is de komst van de lente onmiskenbaar, het duurt nog wel even, maar als je goed kijkt zie je de eerste tekenen al. De vogels laten weer van zich horen, vanmorgen hoorde ik, nog in de schemering, een roodborstje zingen. Ook beginnen de eerste bloembollen te bloeien, sneeuwklokjes en winterakonietjes zijn de vroegst bloeiende bollen.

Stinzenplanten, klein maar fijn

Deze bloembollen behoren tot de stinzenplanten, dit is een groep planten die sinds eeuwen werd aangeplant bij kastelen, buitenplaatsen en oude boerderijen. Deze planten zijn de eerste ingevoerde tuinplanten en waren alleen beschikbaar voor de rijken die een stenen huis (stins) bezaten. Tot voor enkele jaren geleden werd er nauwelijks aandacht aan besteed terwijl ze cultuurhistorisch van belang zijn. Inmiddels wordt de waarde van stinzenbollen ingezien en worden ze op veel landgoederen opnieuw geplant en zijn ze weer in grote getalen te zien. De tuinen van kasteel Hackfort in Vorden zijn een goed voorbeeld.

Vroege bloei is belangrijk

Bloembollen, vooral de vroege soorten zoals sneeuwklokjes, zijn onmisbaar in een levende tuin. Ze zorgen in een bijna bloemloze periode voor voldoende nectar en stuifmeel voor vroege bijen en hommels. De insecten zorgen tegelijkertijd voor bestuiving waardoor deze bloembollen zich door middel van zaad kunnen vermeerderen, hierdoor ontstaat in de loop der jaren een prachtig tapijt.

Meer en meer

Sneeuwklokjes vermeerderen zich niet alleen door zaad maar ook ondergronds. Elke ‘grote’ bol maakt meerdere kleintjes waardoor je uiteindelijk een grote klomp met bolletjes krijgt. Om sneller een mooi tapijtje te krijgen kan je de bolletjes opnemen en weer uitplanten. Bij sneeuwklokjes noem je dat ‘in the green’ verplanten. Wacht met verplanten tot ze uitgebloeid zijn maar laat het groen niet afsterven, het blad moet dus nog groen zijn. Graaf ze op, en verdeel de bolletjes over de plek waar je ze hebben wil en plant ze daar weer uit. Een schaduwrijke plek is ideaal, met het liefst zon tijdens de bloei. Onder bomen of struiken zullen ze het goed doen en je belonen met prachtige klokjes.

Blue monday

Blue monday

Blue Monday

Ooit bedacht door een PR-bureau, inmiddels omarmd door alle media. Blue Monday zou de meest deprimerende dag van het jaar zijn. Ondanks dat ieder wetenschappelijk bewijs ontbreekt, besteedt vrijwel iedere krant er vandaag aandacht aan. Het lijkt onzin, maar dat is het toch niet helemaal. Iedereen heeft wel eens een dag of periode dat je je niet prettig voelt; somber, lusteloos of moe. Al is dat dus niet de tweede of derde maandag van januari.

Blue sky

Laat je niet beïnvloeden door ‘Blue Monday’, zet fijne muziek op, ga wandelen of laat je inspireren door de mooie dingen om je heen. In deze tijd van het jaar worden de dagen langer en begint de natuur heel langzaam te ontwaken. Als de zon schijnt voel je de kracht ervan en kan je in een windvrij hoekje al in de zon zitten. Wel met een jas aan natuurlijk. Dit is ook de tijd om je voor te bereiden op het nieuwe tuinseizoen. Wat ga je zaaien, in potten zetten of op een vrijgekomen plek in de tuin planten?

Blue poppy

Denk dan eens aan iets bijzonders. Een van de mooiste blauwe bloemen ter wereld is de Meconopsis betonicifolia, de blauwe papaver. Dat heeft te maken met het feit dat er maar weinig écht blauwe bloemen zijn. De meesten zijn lila of paars en niet echt blauw. Daarnaast is het een plant die nogal wat eisen stelt en niet snel tevreden is, dat maakt hem natuurlijk nog begerenswaardiger. Het is geen allemansvriend die het overal doet. Meconopsis heeft graag een humusrijke, koele licht beschaduwde plaats en niet te warme zomers. De papaver leeft niet zo lang en gedraagt zich als een tweejarige plant. Het is een uitdaging om de blauwe papaver eens te proberen, je kan hem als plant kopen of zaaien. Voorzaaien is de ultieme uitdaging!

Tuinvogeltelling | Tuintip voor het weekend

Tuinvogeltelling de Buitenkamer tuinontwerp Marion Vermeulen Gassel

Nieuwe hobby

Sinds 2001 wordt de Nationale Tuinvogeltelling georganiseerd door Vogelbescherming Nederland en Sovon Vogelonderzoek Nederland. Sindsdien is er veel meer informatie over wintervogels beschikbaar, waardoor veel vogels beter beschermd worden.

Sinds de coronaperiode zijn veel mensen zich meer bewust van de eigen leefomgeving en is vogels kijken een nieuwe hobby geworden. Niets is zo leuk als bijhouden welke vogels er in je tuin komen. De Vogelbescherming biedt daarom sinds kort gratis online cursussen aan om ook de meer bijzondere soorten te kunnen herkennen.

Tel ook mee

Dit weekend is de Nationale Tuinvogeltelling, je telt één keer een half uur de vogels in je tuin of balkon. Het gaat niet om het signaleren van bijzondere soorten, de telling is een momentopname van de aantallen vogels die in de winter in Nederlandse tuinen aanwezig zijn. Je kunt op de site van de Vogelbescherming een tellijst downloaden of direct doorgeven via de app mijntuinvogeltelling.nl

Top 5

Op dit moment zijn er al 33.323 huismussen geteld en 12.442 merels. Daar ben ik persoonlijk heel blij mee want met deze vogels ging het lange tijd niet zo goed. De mus en de merel zijn voor mijn gevoel de vogels die altijd een beetje ‘in de buurt rondhangen’, op zoek naar de kruimels die je achterlaat. Bij vogels kijken gaat het niet altijd om de bijzondere soorten die je ziet, als is dat wél erg leuk, maar door gedrag te observeren kan je soms zelfs individuen leren kennen.

1 Huismus

2 Koolmees

3 Pimpelmees

4 Kauw

5 Merel

Doen!

Heb je dit weekend een half uurtje de tijd? Ga er dan eens voor zitten. Vroeg in de ochtend zijn vogels op zoek naar voedsel en dus het meest actief.

 

 

Tuintip voor het weekend | vogels bijvoeren

Vogels bijvoeren

Vorst en sneeuw

Vogels bijvoeren of niet? Natuurlijk tuinier jij op een natuurlijke manier en laat je alle uitgebloeide planten staan. In deze plantenresten kunnen allerlei insecten een schuilplaats vinden, ook in en op de grond leven veel insecten. Als het niet vriest kunnen de meeste vogels hier hun voedsel vinden. Ze scharrelen rond tussen de planten en zoeken naar spinnetjes, kleine bodemdiertjes en zaden. Hiermee verbruiken vogels veel energie die ze snel weer moeten aanvullen, juist daarom moeten we tijdens koude dagen vogels bijvoeren. De komende dagen zit er sneeuw in de lucht, dan wordt het nóg moeilijker om voedsel te vinden.

Insecteneter en zaadeter

Aan de snavel kan je zien wat er op het menu staat. Een insecteneter heeft een dun snaveltje, als een klein pincetje. Hiermee kan een vogel overal de kleinste beestjes tussenuit peuteren. Zaadeters hebben een kegelvormige snavel waarmee ze zaden en pitten kunnen pellen. Maar… als je honger hebt, eet je bijna alles. Dat geldt ook voor vogels, op de voerplek wordt volop geknoeid, zodat er voor iedere vogel wel iets te vinden is.

Lekker vet

Als de grond bevroren is, kunnen vogels geen voedsel vinden en hebben ze onze hulp nodig. Zorg voor gevarieerde voeding zodat je voor verschillende soorten vogels het juiste voer in huis hebt. In de herfst koop ik altijd gemengd zaad, zonnebloempitten, vetbollen en verschillende soorten vogelpindakaas. Insecteneters zoals roodborst en winterkoning help je met meelwormen. Deze kan je gedroogd kopen, maar zit ook in sommige soorten vogelpindakaas. Je ziet de wormen duidelijk in de pindakaas zitten. Het vet in de vetbollen en in de pindakaas zorgt voor extra energie.

Water bevriest

Heb je een waterschaal in de tuin staan? Leg daar dan nu een stukje kippengaas overheen. Dat voorkomt dat vogels erin gaan badderen en daarna bevriezen. Als het overdag vriest kan je wat ijs kapot slaan, vogels kunnen de kleine ijskristallen dan oppikken.

 

Vroeg fluitenkruid

Fluitenkruid, de Buitenkamer, de levende tuin, Marion Vermeulen, Gassel

Bloeiend fluitenkruid

Zelfs met deze lage temperaturen bloeien er planten. Dan bedoel ik niet de voor de hand liggende tuinplanten zoals Helleborus (kerstroos) die altijd in deze tijd bloeien maar inheemse planten, gewoon in de natuur. Vandaag kwam ik op een luwe plek in de bosrand dit bloeiende fluitenkruid tegen. In zachte winters blijft het mooie frisgroene blad zichtbaar en met een beetje geluk vind je een bloeiende plant. Van de holle stengel kan je een fluitje maken, vandaar de naam. Hij wordt ook wel kantbloem of Hollands kant genoemd, als hij in april-juni volop bloeit lijken de bermen wel van kant.

 

Gedekte tafel

Door inheemse planten aan te planten in je tuin ontstaat er meer biodiversiteit. Dit is een van de aspecten van de levende tuin, het aantrekken van insecten, zorgt voor meer bestuiving en daarnaast zijn ze weer voedsel voor bijvoorbeeld vogels en vleermuizen. Bij onze inheemse planten ‘horen’ bepaalde insecten. De Fluitenkruidbij is een soort die afhankelijk is van schermbloemigen zoals het fluitenkruid. Maar niet alleen deze bijensoort komt op de zoetgeurende bloemen af, ook honingbijen, kevers, zweefvliegen en vlinders weten het fluitenkruid te vinden.

 

Inheemse tuinplanten

Zet dus eens een fluitenkruidplant in je tuin, hij doet het op vrijwel iedere grondsoort. Een plekje in de zon of halfschaduw gaat prima. Diepe schaduw is wat lastig maar experimenteren kan verrassende resultaten opleveren. Op sommige plekken, afhankelijk van de grondsoort, kan hij wel 1,5 meter hoog worden. Let na de bloei wel even op, hij kan zich flink uitzaaien. Wil je dat niet, haal dan de uitgebloeide bloemen op tijd weg.
En dan… afwachten en genieten. Kijk eens met aandacht naar de vele insectensoorten die op het fluitenkruid afkomen. Probeer ze eens te determineren of te fotograferen. Snuif de zoete geur op als je er langs loopt en ervaar het oplichten van het wit van de bloem tijdens de schemering.

 

Vorst op komst

Vorst

Buiten laten staan

De komende dagen wordt er vorst verwacht, in de nacht van zondag op maandag kan het ongeveer 3 graden vriezen. In het oosten zal het meer vriezen dan aan de kust, daar is het altijd iets warmer. Niet alleen landelijk maar ook op microniveau zijn er verschillen. Ook in jouw tuin zijn er plekken waar het kouder dan wel warmer is. Dat kan te maken hebben met de wind, beplanting of de warmte-uitstraling van de gevel. Zo’n ‘warme’ plek is ideaal om je vorstgevoelige planten tijdelijk (lees: dit weekend) of voor langere periode neer te zetten. Ik zet de kuipplanten onder een overkapping, tegen elkaar aan en uit de wind met een verhuisdeken bij de hand. Zo staan de planten de komende dagen prima en kan ik ze op een later tijdstip, als ik meer tijd heb, binnen zetten.
Sommige kuipplanten zoals Oleander en Agapanthus kunnen op een beschutte plek tot ongeveer -5 de winter wel doorkomen. Bij iets lagere temperaturen kan je ze inpakken met speciaal vliesdoek of oude doeken. Wordt het écht koud dan kan je warmtekabels gebruiken.
Als de vorst voorbij is moet de winterbescherming er af, om verstikking te voorkomen. Belangrijk is wel dat je steeds alert bent als het gaat vriezen, ondanks de klimaatverandering kan het nog steeds flink koud worden.

Naar binnen

Heb je een vorstvrije ruimte? Bijvoorbeeld een garage of onverwarmde kamer, dan kan je het beste je planten dit weekend binnen halen. Zo weet je zeker dat ze niet doodgaan en hoef je de hele winter niet alert te zijn.
Kijk voordat je de planten binnenhaalt of er ziektes of ongedierte (luis, slakken) in zit. Zo ja, doe er meteen iets aan. Haal oud blad weg en snoei de planten eventueel licht. Waarschijnlijk is de potgrond vrij vochtig, zodat je voorlopig geen water hoeft te geven. De planten hebben sowieso weinig water nodig, ze zijn in rust. Vanaf maart komt er weer groei in de planten en kan je ze langzaamaan meer water geven en af en toe wat mest. Vanaf half mei kunnen de planten weer definitief naar buiten. Meestal zet ik ze al eerder buiten, op de ‘warme’ plek. Zo kunnen de planten alvast wennen aan de buitenlucht.