Sneeuwklokjes kondigen de lente aan

de Buitenkamer tuinontwerp, Grave, sneeuwklokje

Voorbij de donkere dagen

Na de donkere decemberdagen is de komst van de lente onmiskenbaar, het duurt nog wel even, maar als je goed kijkt zie je de eerste tekenen al. De vogels laten weer van zich horen, vanmorgen hoorde ik, nog in de schemering, een roodborstje zingen. Ook beginnen de eerste bloembollen te bloeien, sneeuwklokjes en winterakonietjes zijn de vroegst bloeiende bollen.

Stinzenplanten, klein maar fijn

Deze bloembollen behoren tot de stinzenplanten, dit is een groep planten die sinds eeuwen werd aangeplant bij kastelen, buitenplaatsen en oude boerderijen. Deze planten zijn de eerste ingevoerde tuinplanten en waren alleen beschikbaar voor de rijken die een stenen huis (stins) bezaten. Tot voor enkele jaren geleden werd er nauwelijks aandacht aan besteed terwijl ze cultuurhistorisch van belang zijn. Inmiddels wordt de waarde van stinzenbollen ingezien en worden ze op veel landgoederen opnieuw geplant en zijn ze weer in grote getalen te zien. De tuinen van kasteel Hackfort in Vorden zijn een goed voorbeeld.

Vroege bloei is belangrijk

Bloembollen, vooral de vroege soorten zoals sneeuwklokjes, zijn onmisbaar in een levende tuin. Ze zorgen in een bijna bloemloze periode voor voldoende nectar en stuifmeel voor vroege bijen en hommels. De insecten zorgen tegelijkertijd voor bestuiving waardoor deze bloembollen zich door middel van zaad kunnen vermeerderen, hierdoor ontstaat in de loop der jaren een prachtig tapijt.

Meer en meer

Sneeuwklokjes vermeerderen zich niet alleen door zaad maar ook ondergronds. Elke ‘grote’ bol maakt meerdere kleintjes waardoor je uiteindelijk een grote klomp met bolletjes krijgt. Om sneller een mooi tapijtje te krijgen kan je de bolletjes opnemen en weer uitplanten. Bij sneeuwklokjes noem je dat ‘in the green’ verplanten. Wacht met verplanten tot ze uitgebloeid zijn maar laat het groen niet afsterven, het blad moet dus nog groen zijn. Graaf ze op, en verdeel de bolletjes over de plek waar je ze hebben wil en plant ze daar weer uit. Een schaduwrijke plek is ideaal, met het liefst zon tijdens de bloei. Onder bomen of struiken zullen ze het goed doen en je belonen met prachtige klokjes.

Tuinvogeltelling | Tuintip voor het weekend

Tuinvogeltelling de Buitenkamer tuinontwerp Marion Vermeulen Gassel

Nieuwe hobby

Sinds 2001 wordt de Nationale Tuinvogeltelling georganiseerd door Vogelbescherming Nederland en Sovon Vogelonderzoek Nederland. Sindsdien is er veel meer informatie over wintervogels beschikbaar, waardoor veel vogels beter beschermd worden.

Sinds de coronaperiode zijn veel mensen zich meer bewust van de eigen leefomgeving en is vogels kijken een nieuwe hobby geworden. Niets is zo leuk als bijhouden welke vogels er in je tuin komen. De Vogelbescherming biedt daarom sinds kort gratis online cursussen aan om ook de meer bijzondere soorten te kunnen herkennen.

Tel ook mee

Dit weekend is de Nationale Tuinvogeltelling, je telt één keer een half uur de vogels in je tuin of balkon. Het gaat niet om het signaleren van bijzondere soorten, de telling is een momentopname van de aantallen vogels die in de winter in Nederlandse tuinen aanwezig zijn. Je kunt op de site van de Vogelbescherming een tellijst downloaden of direct doorgeven via de app mijntuinvogeltelling.nl

Top 5

Op dit moment zijn er al 33.323 huismussen geteld en 12.442 merels. Daar ben ik persoonlijk heel blij mee want met deze vogels ging het lange tijd niet zo goed. De mus en de merel zijn voor mijn gevoel de vogels die altijd een beetje ‘in de buurt rondhangen’, op zoek naar de kruimels die je achterlaat. Bij vogels kijken gaat het niet altijd om de bijzondere soorten die je ziet, als is dat wél erg leuk, maar door gedrag te observeren kan je soms zelfs individuen leren kennen.

1 Huismus

2 Koolmees

3 Pimpelmees

4 Kauw

5 Merel

Doen!

Heb je dit weekend een half uurtje de tijd? Ga er dan eens voor zitten. Vroeg in de ochtend zijn vogels op zoek naar voedsel en dus het meest actief.

 

 

Tuintip voor het weekend | vogels bijvoeren

Vogels bijvoeren

Vorst en sneeuw

Vogels bijvoeren of niet? Natuurlijk tuinier jij op een natuurlijke manier en laat je alle uitgebloeide planten staan. In deze plantenresten kunnen allerlei insecten een schuilplaats vinden, ook in en op de grond leven veel insecten. Als het niet vriest kunnen de meeste vogels hier hun voedsel vinden. Ze scharrelen rond tussen de planten en zoeken naar spinnetjes, kleine bodemdiertjes en zaden. Hiermee verbruiken vogels veel energie die ze snel weer moeten aanvullen, juist daarom moeten we tijdens koude dagen vogels bijvoeren. De komende dagen zit er sneeuw in de lucht, dan wordt het nóg moeilijker om voedsel te vinden.

Insecteneter en zaadeter

Aan de snavel kan je zien wat er op het menu staat. Een insecteneter heeft een dun snaveltje, als een klein pincetje. Hiermee kan een vogel overal de kleinste beestjes tussenuit peuteren. Zaadeters hebben een kegelvormige snavel waarmee ze zaden en pitten kunnen pellen. Maar… als je honger hebt, eet je bijna alles. Dat geldt ook voor vogels, op de voerplek wordt volop geknoeid, zodat er voor iedere vogel wel iets te vinden is.

Lekker vet

Als de grond bevroren is, kunnen vogels geen voedsel vinden en hebben ze onze hulp nodig. Zorg voor gevarieerde voeding zodat je voor verschillende soorten vogels het juiste voer in huis hebt. In de herfst koop ik altijd gemengd zaad, zonnebloempitten, vetbollen en verschillende soorten vogelpindakaas. Insecteneters zoals roodborst en winterkoning help je met meelwormen. Deze kan je gedroogd kopen, maar zit ook in sommige soorten vogelpindakaas. Je ziet de wormen duidelijk in de pindakaas zitten. Het vet in de vetbollen en in de pindakaas zorgt voor extra energie.

Water bevriest

Heb je een waterschaal in de tuin staan? Leg daar dan nu een stukje kippengaas overheen. Dat voorkomt dat vogels erin gaan badderen en daarna bevriezen. Als het overdag vriest kan je wat ijs kapot slaan, vogels kunnen de kleine ijskristallen dan oppikken.

 

Vroeg fluitenkruid

Fluitenkruid, de Buitenkamer, de levende tuin, Marion Vermeulen, Gassel

Bloeiend fluitenkruid

Zelfs met deze lage temperaturen bloeien er planten. Dan bedoel ik niet de voor de hand liggende tuinplanten zoals Helleborus (kerstroos) die altijd in deze tijd bloeien maar inheemse planten, gewoon in de natuur. Vandaag kwam ik op een luwe plek in de bosrand dit bloeiende fluitenkruid tegen. In zachte winters blijft het mooie frisgroene blad zichtbaar en met een beetje geluk vind je een bloeiende plant. Van de holle stengel kan je een fluitje maken, vandaar de naam. Hij wordt ook wel kantbloem of Hollands kant genoemd, als hij in april-juni volop bloeit lijken de bermen wel van kant.

 

Gedekte tafel

Door inheemse planten aan te planten in je tuin ontstaat er meer biodiversiteit. Dit is een van de aspecten van de levende tuin, het aantrekken van insecten, zorgt voor meer bestuiving en daarnaast zijn ze weer voedsel voor bijvoorbeeld vogels en vleermuizen. Bij onze inheemse planten ‘horen’ bepaalde insecten. De Fluitenkruidbij is een soort die afhankelijk is van schermbloemigen zoals het fluitenkruid. Maar niet alleen deze bijensoort komt op de zoetgeurende bloemen af, ook honingbijen, kevers, zweefvliegen en vlinders weten het fluitenkruid te vinden.

 

Inheemse tuinplanten

Zet dus eens een fluitenkruidplant in je tuin, hij doet het op vrijwel iedere grondsoort. Een plekje in de zon of halfschaduw gaat prima. Diepe schaduw is wat lastig maar experimenteren kan verrassende resultaten opleveren. Op sommige plekken, afhankelijk van de grondsoort, kan hij wel 1,5 meter hoog worden. Let na de bloei wel even op, hij kan zich flink uitzaaien. Wil je dat niet, haal dan de uitgebloeide bloemen op tijd weg.
En dan… afwachten en genieten. Kijk eens met aandacht naar de vele insectensoorten die op het fluitenkruid afkomen. Probeer ze eens te determineren of te fotograferen. Snuif de zoete geur op als je er langs loopt en ervaar het oplichten van het wit van de bloem tijdens de schemering.

 

Vorst op komst

Vorst

Buiten laten staan

De komende dagen wordt er vorst verwacht, in de nacht van zondag op maandag kan het ongeveer 3 graden vriezen. In het oosten zal het meer vriezen dan aan de kust, daar is het altijd iets warmer. Niet alleen landelijk maar ook op microniveau zijn er verschillen. Ook in jouw tuin zijn er plekken waar het kouder dan wel warmer is. Dat kan te maken hebben met de wind, beplanting of de warmte-uitstraling van de gevel. Zo’n ‘warme’ plek is ideaal om je vorstgevoelige planten tijdelijk (lees: dit weekend) of voor langere periode neer te zetten. Ik zet de kuipplanten onder een overkapping, tegen elkaar aan en uit de wind met een verhuisdeken bij de hand. Zo staan de planten de komende dagen prima en kan ik ze op een later tijdstip, als ik meer tijd heb, binnen zetten.
Sommige kuipplanten zoals Oleander en Agapanthus kunnen op een beschutte plek tot ongeveer -5 de winter wel doorkomen. Bij iets lagere temperaturen kan je ze inpakken met speciaal vliesdoek of oude doeken. Wordt het écht koud dan kan je warmtekabels gebruiken.
Als de vorst voorbij is moet de winterbescherming er af, om verstikking te voorkomen. Belangrijk is wel dat je steeds alert bent als het gaat vriezen, ondanks de klimaatverandering kan het nog steeds flink koud worden.

Naar binnen

Heb je een vorstvrije ruimte? Bijvoorbeeld een garage of onverwarmde kamer, dan kan je het beste je planten dit weekend binnen halen. Zo weet je zeker dat ze niet doodgaan en hoef je de hele winter niet alert te zijn.
Kijk voordat je de planten binnenhaalt of er ziektes of ongedierte (luis, slakken) in zit. Zo ja, doe er meteen iets aan. Haal oud blad weg en snoei de planten eventueel licht. Waarschijnlijk is de potgrond vrij vochtig, zodat je voorlopig geen water hoeft te geven. De planten hebben sowieso weinig water nodig, ze zijn in rust. Vanaf maart komt er weer groei in de planten en kan je ze langzaamaan meer water geven en af en toe wat mest. Vanaf half mei kunnen de planten weer definitief naar buiten. Meestal zet ik ze al eerder buiten, op de ‘warme’ plek. Zo kunnen de planten alvast wennen aan de buitenlucht.