Vroegbloeiende crocus


Crocus chrysanthus ‘Romance’ de Buitenkamer Tuinontwerp Gassel Marion Vermeulen

Winterbloeiers

Als de temperatuur stijgt en de zon gaat schijnen, reageert de natuur direct. Vogels gaan zingen, winterbloeiers gaan open en insecten gaan op zoek naar nectar en stuifmeel. Vooral voor de vroege insecten zoals hommels en honingbijen is dit belangrijk. Daarom heb ik veel winterbloeiers in de tuin staan, niet alleen bloembollen maar ook vroegbloeiende vaste planten, heesters en bomen.

Vroeg, vroeger, vroegst

Als we aan bloembollen denken dan zien we vaak tulpen, narcissen en hyacinten voor ons. Deze worden dan ook het meest verkocht. Ze vallen op door hun grootte en soms felle kleuren. Mijn voorkeur gaat uit naar het ‘bijgoed’, dat zijn de stinzenbollen, verwilderingsbollen, botanische- en inheemse bloembollen. In deze categorieën vind je veel vroegbloeiende soorten. Een van deze juweeltjes is de Crocus chrysanthus ‘Romance’, dit jaar bloeiend op 2! februari. Crocus chrysanthus is een sierlijke kleine zachtgele crocus met een wit-gele buitenzijde, een prachtige combinatie.

Verdwaald

Op de foto zie je een verdwaald lieveheersbeestje, deze carnivoor komt niet voor het stuifmeel of de nectar. In de bloem heerst een microklimaatje, waarschijnlijk geniet dit nuttige kevertje van de warmte en beschutting. Als hij/zij het warm genoeg vindt, start de jacht op bladluizen. Ze kunnen mij niet vroeg genoeg beginnen;)

Voorzaaien

voorzaaien, voorjaar

Bijna voorjaar

Het voorjaar is al  in zicht, de dagen worden langer en de zon heeft meer kracht. De natuur bereid zich voor op de lente. En dat moeten wij nu ook doen, tenminste als je zelf bloemen, kruiden of groenten wilt kweken. Van zaadje naar volwassen plant; ik vind het nog steeds een wonder. Je stopt een onooglijk klein zaadje in de grond en door alle energie – uit aarde, water en zonlicht – groeit dit zaadje uit tot een volwassen plant. Het is extra waardevol als je eetbare planten gaat voorzaaien. Je begint met een zaadje en uiteindelijk ligt je zelfgekweekte groente op je bord.

 

Oogsten

Je kunt nog niet alles voorzaaien, maar voor pepers, paprika’s en aubergines breekt nu de tijd aan. Deze planten doen er namelijk lang over om oogstbare vruchten te geven. Als je te lang wacht met zaaien dan worden, in ons klimaat, de dagen alweer te kort om te kunnen oogsten.
Voorzaaien doe je in bakjes, potjes of zaaitrays. Zelf geef ik de voorkeur aan gebruikte bakjes waar druiven in zitten als je ze koopt bij de groenteboer. Ze zijn stevig, hebben een deksel én ik hou van hergebruiken. Vul ze met zaai/stekgrond en zet ze op een dienblad of iets dergelijks want er zitten gaatjes in de onderkant. Zaai niet te diep, een halve centimeter diep is prima. Zet de bakjes op een warme vensterbank in de zon, de zaden hebben 20-25 graden nodig om te ontkiemen. Zorg dat de bakjes niet uitdrogen, dus af en toe even besproeien met een plantenspuit. Het kan een paar weken duren voordat de zaden ontkiemen. Laat de zaailingen groeien totdat ze in totaal 4 blaadjes hebben; nu kan je ze gaan verspenen. Ze hebben nu meer voeding en ruimte nodig om goed te kunnen groeien. De grootste en stevigste zaailingen zullen ook de sterkste planten worden. Deze selecteer je en verplant je in een potje (ongeveer 10 cm.) met potgrond. Nu kunnen ze verder groeien totdat ze half mei naar buiten kunnen. Waarschijnlijk moet je ze tussendoor nog een keer verplanten in een grotere pot. Ze houden van veel zonlicht maar zorg en wel voor dat ze niet te warm (woonkamer) staan, dan worden het namelijk van die dunne slappe planten. Een beetje experimenteren dus en bekijken wat de beste plek is.

 

Zaden

Er zijn verschillende manieren om aan zaad te komen. Je kan van een paprika of peper die je in een gerecht gebruikt de zaden bewaren. Dit zijn meestal de algemene soorten, wil je iets bijzonders kijk dan eens op de webshops van de Bolster of Nanotuin. Probeer eens tomaat ‘Green Zebra’ (inderdaad met groene strepen!) of mini aubergines ‘Slim Jim’.

 

Bloesem in huis

Tijd voor kleur

Buiten is het nog kaal en grijs, dus tijd om bloesem, zoals bijvoorbeeld de Japanse kwee in huis te zetten. De bloemen vallen extra op omdat het blad pas later aan de struik komt. Meestal zie je de rode of oranje variëteit in tuinen staan. Deze mooie roze is waarschijnlijk ‘Pink Lady’ en op een speciale manier gekweekt zodat er lange takken ontstaan. In de tuin groeien ze vaak wat gedrongen, hierdoor krijg je mooie karaktervolle vormen.
Heb je Japanse kwee in de tuin? Knip dan een paar takken af en neem ze mee naar binnen. Zet een schone vaas klaar met handwarm water en daarin opgelost wat suiker. Snij nu de takken schuin af met een scherp mes, probeer het snijvlak zo schuin mogelijk te maken zodat de takken veel water op kunnen nemen, hierdoor komt de bloesem mooi open.

Welke kwee?

Nog geen sierkwee in de tuin? Misschien heb je wel ergens een plekje over. Je kan er een kale muur mee bedekken of een haag van maken, de struiken worden ongeveer 1 meter hoog. Dan kan je in de herfst genieten van de vruchten, klein en rond. Ze staan prachtig op een mooie schaal in huis maar ze zijn ook eetbaar, je kan er jam of gelei van maken. Ook de bloemblaadjes kan je gebruiken, bijvoorbeeld in een salade, thee of kruidenboter. Bijen, vlinders en andere nuttige insecten worden er blij van. Zo’n plant wil toch iedereen? Mooie bloesem, eetbaar en goed voor de biodiversiteit!
De Japanse of sierkwee is iets heel anders dan een kweepeer of kwee-appel. De namen worden vaak door elkaar gehusseld, dus ga je zo’n mooi struikje aanschaffen gebruik dan de Latijnse naam, Chaenomeles. Later meer over de echte kweepeer/appel, ook een echte aanwinst😉

Vorst op komst

Vorst

Buiten laten staan

De komende dagen wordt er vorst verwacht, in de nacht van zondag op maandag kan het ongeveer 3 graden vriezen. In het oosten zal het meer vriezen dan aan de kust, daar is het altijd iets warmer. Niet alleen landelijk maar ook op microniveau zijn er verschillen. Ook in jouw tuin zijn er plekken waar het kouder dan wel warmer is. Dat kan te maken hebben met de wind, beplanting of de warmte-uitstraling van de gevel. Zo’n ‘warme’ plek is ideaal om je vorstgevoelige planten tijdelijk (lees: dit weekend) of voor langere periode neer te zetten. Ik zet de kuipplanten onder een overkapping, tegen elkaar aan en uit de wind met een verhuisdeken bij de hand. Zo staan de planten de komende dagen prima en kan ik ze op een later tijdstip, als ik meer tijd heb, binnen zetten.
Sommige kuipplanten zoals Oleander en Agapanthus kunnen op een beschutte plek tot ongeveer -5 de winter wel doorkomen. Bij iets lagere temperaturen kan je ze inpakken met speciaal vliesdoek of oude doeken. Wordt het écht koud dan kan je warmtekabels gebruiken.
Als de vorst voorbij is moet de winterbescherming er af, om verstikking te voorkomen. Belangrijk is wel dat je steeds alert bent als het gaat vriezen, ondanks de klimaatverandering kan het nog steeds flink koud worden.

Naar binnen

Heb je een vorstvrije ruimte? Bijvoorbeeld een garage of onverwarmde kamer, dan kan je het beste je planten dit weekend binnen halen. Zo weet je zeker dat ze niet doodgaan en hoef je de hele winter niet alert te zijn.
Kijk voordat je de planten binnenhaalt of er ziektes of ongedierte (luis, slakken) in zit. Zo ja, doe er meteen iets aan. Haal oud blad weg en snoei de planten eventueel licht. Waarschijnlijk is de potgrond vrij vochtig, zodat je voorlopig geen water hoeft te geven. De planten hebben sowieso weinig water nodig, ze zijn in rust. Vanaf maart komt er weer groei in de planten en kan je ze langzaamaan meer water geven en af en toe wat mest. Vanaf half mei kunnen de planten weer definitief naar buiten. Meestal zet ik ze al eerder buiten, op de ‘warme’ plek. Zo kunnen de planten alvast wennen aan de buitenlucht.

 

Dahlia’s in de winter

Dahlia’s overhouden

In de winter moet je iets met je dahlia’s, maar wat? Gebruikelijk is om de dahlia’s ieder najaar uit de grond te halen en in de lente weer te planten. Toch kan je ook overwegen om de dahliaknollen in de grond  te laten zitten. Door hiermee te experimenteren kom je er vanzelf achter wat voor jou de beste manier is.

Dahlia’s rooien

Ieder jaar haal ik de dahlia’s na de eerste flinke nachtvorst uit de grond. Het beste is om de knollen zo lang mogelijk in de grond te laten zitten. Hierdoor heeft de plant de kans om zoveel mogelijk reservevoedsel op te slaan in de wortels, waardoor de knollen groter en groter worden. Het tijdstip voor het rooien van dahlia’s is dus afhankelijk van het weer. Als de planten nog groeien, ook al bloeien ze niet meer, hoef je nog niet in actie te komen. Als de planten door de vorst bruin/zwart zijn geworden kan je aan de slag. Knip het groen af tot ongeveer 30 cm. boven de grond. Steek met een spitvork of een spade voorzichtig en diep onder de plant. Houdt er rekening mee dat de knollen flink groter zijn geworden. Haal de dahlia uit de grond en schut de aarde eraf. Leg de knollen zijwaarts op een paar kranten, op een koele plek, om te drogen. Zorg dat je etiketjes bij de hand hebt om de naam er met watervaste stift op te schrijven, dan weet je volgend jaar nog welke soorten je hebt. Na een paar dagen kan je de aarde die opgedroogd is eraf schudden of vegen. Knip de stengels nog wat korter. Bewaar de knollen uiteindelijk op een vorstvrije maar koele plek. Bijvoorbeeld in een (droge!) kelder, een zolder of garage. Je kan ze in kranten wikkelen, in droge potgrond of in een kartonnen doos bewaren. Bewaar ze niet in plastic om schimmelen te voorkomen. Onafgedekt is ook geen goed idee, dan verdrogen ze en vind je in het voorjaar verrimpelde knollen.

Dahlia’s laten staan

Als je op zand tuiniert of een beschutte tuin hebt, kan je overwegen om de dahlia’s in de grond te laten zitten. Dek ze dan wel af met of met de afgeknipte plantendelen. Er is altijd een risico dat de knollen bevriezen, verrotten of opgegeten worden door muizen. Een ander nadeel is slakkenvraat in het voorjaar. Als de knollen uitlopen kunnen slakken zich tegoed doen aan de verse jonge blaadjes. Het grote voordeel van deze methode is dat je er geen werk aan hebt.

Voorjaar in aantocht

Als je de dahlia’s hebt overgehouden zijn er twee tijdstippen waarop je ze kan planten. Zelf kies ik ervoor om de planten in maart op te potten en ze in de platte bak op te kweken tot flinke planten. Hierdoor heb  je minder last van slakkenvraat en vervroeg je de bloei, de planten hebben dus een flinke voorsprong. Rond half mei plant ik ze uit in de borders. Dit kost natuurlijk wel extra werk. Je kan er ook voor kiezen om ze eind april uit te planten, ze komen dan half mei boven de grond. En daarna… genieten van alle kleuren!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Regen

Pelargonium, Geranium, regen, de buitenkamer tuinontwerp, Marion Vermeulen, de Buitenkamer, Gassel

Eindelijk regen

Regen, waar we zolang op gehoopt hebben, komt nu met bakken uit de hemel. De tuin fleurt er ontzettend van op, de vale grijsgroene sluier is op de veel plekken verdwenen. Maar niet overal, veel bomen en struiken hebben het nog steeds erg moeilijk. Vandaag heb ik eens een proefje gedaan. De bovenste 50 centimeter is redelijk vochtig maar daaronder is het maar matig. Dat betekent dat de vaste planten (planten die winters bovengronds afsterven en in het voorjaar weer uitlopen) de beschikking hebben over water. De meeste vaste planten wortelen namelijk niet zo diep en hebben genoeg aan de bovenste 30 tot 50 centimeter. Struiken wortelen veel dieper, de vraag is of de grond daar al vochtig genoeg is. Bomen wortelen in nog diepere lagen en hebben, als je geluk hebt, de beschikking over grondwater.

Omgeving

De verschillen zijn regionaal én plaatselijk erg groot. Dat heeft te maken met de vele aspecten die samenhangen met voldoende water voor je planten. Tuinier je op zand, veen of klei? Hoe hoog, of hoe laag, is de grondwaterstand? Woon je in een gebied waar veel of weinig regen valt? Houd ook in de herfst en winter je beplanting goed in de gaten; op veel plaatsen in Nederland is de bodem nog veel te droog. Op de website van je waterschap kan je meer informatie vinden over de stand van zaken in jouw omgeving. Waterschap Aa en Maas, waar Gassel onder valt, geeft onder andere de volgende info: ‘We hebben een kletsnatte herfst/winter nodig voordat het watersysteem weer helemaal is aangevuld en er weer een voorraad is voor de lente en zomer van 2021.’

In de gaten houden

Hoe ongewoon het ook lijkt, misschien moet je in de winter wel watergeven. Dat geldt natuurlijk niet voor bladverliezende struiken en bomen, Deze zijn in rust en hebben pas aan het einde van de winter weer water nodig, als de sapstroom op gang komt. In tegenstelling tot bladhoudende bomen en heesters, zij zijn bij winterse droogte kwetsbaar omdat via het blad water verdampt. Denk dan bijvoorbeeld aan steeneik, Magnolia grandiflora, Taxus(haag), laurier(haag), coniferen, etc. Houd deze dus extra goed in de gaten bij droge periodes, vooral als er veel wind staat, want dan is er nog meer verdamping.

Planten in potten

Bij planten in potten is de kans groot dat ze juist teveel water krijgen, zeker als je nog waterschotels onder de potten hebt staan. In een paar dagen tijd kan je plant verrotten. Loop dus vandaag nog een rondje en haal de onderschotels weg. Bij droogte kan je ze er weer onder zetten.

 

 

 

Verbena trekt veel vlinders aan

Koninginnepage

Aaibare insecten op Verbena

Verbena bonariensis trekt veel vlinders aan, dit zijn ongetwijfeld de mooiste insecten in de tuin. Ze zijn kleurig en dwarrelen sierlijk in het rond. Ik heb nog nooit gehoord dat iemand een hekel heeft aan vlinders, sterker nog; bijna iedereen wil vlinders in zijn tuin. Daarom is de vlinderstruik , Buddleia  zo populair, hij doet zijn naam eer aan en trekt heel veel vlinders aan. Een plant die minstens zoveel vlinders aantrekt is de Verbena bonariensis.

Zuidelijke gasten

Allerlei soorten vlinders én andere insecten zijn dol op de nectar van deze plant. Sinds ongeveer 2 weken is het dringen geblazen. Er vliegen niet alleen heel veel ‘gewone’ vlinders rond de Verbena maar ook de kolibrievlinder is een dagelijkse gast. Onvermoeibaar vliegt dit bijzondere vlindertje van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Hij doet zijn naam eer aan, het is net een kleine kolibrie. Met zijn dikke lijfje en compacte vleugels vliegt hij pijlsnel van bloem tot bloem.
Gisteren kregen we bezoek van de koninginnepage, met recht een koningin. Een bijna on-Nederlandse grote vlinder die makkelijk grote afstanden kan afleggen, ze komen voornamelijk voor in zuidelijke streken. Door de warme zomers worden ze de laatste jaren steeds vaker waargenomen.

Dagpauwoog

 

Slanke Verbena

Ben je dol op vlinders en zoek je een makkelijke langbloeiende plant? Zet deze slanke dame dan in je tuin, vanaf juni totdat de vorst invalt kan je genieten van de lila-paarse bloemen. Omdat de Verbena weinig ruimte inneemt past hij/zij in iedere tuin. Hij wordt ingedeeld bij de tweejarigen, maar soms staat hij langer op dezelfde plek. Ieder voorjaar komen er rondom de plant tientallen zaailingen op, hierdoor ben je verzekerd van nieuwe, jonge planten. De zaailingen laten zich op plekken waar je ze niet wilt, makkelijk verwijderen.
Ook op een balkon doet de Verbena het prima want de hoge bloemstengels wuiven prachtig op de wind. Er is overigens ook een miniuitvoering, namelijk de Verbena ‘Lollipop’, een compacte variatie. Zelf vind ik hem ziet zo geslaagd; juist de hoge slanke stengels maken van de verbena een unieke verschijning.

Waardplanten zijn onmisbaar in de levende tuin

Vlinders hebben ook waardplanten nodig, dit zijn namelijk planten waar de vlinders de eitjes op afzetten en waar de rupsen van eten. Voor koninginnepages zijn dat schermbloemigen zoals wortel, dille of wilde peen, heel specifiek dus. Veel vlinders zijn niet zo kieskeurig en zijn erg blij met brandnetels. Heb je nog ergens een hoekje over? Zet daar dan eens een brandnetel neer, hiermee doe je nog meer voor de levende tuin!

Snelle salvia

Salvia’s zijn onmisbaar in de tuin

Omdat er zoveel soorten salvia’s zijn, is er altijd wel een die geschikt is voor jouw tuin. De meest bekende is natuurlijk de Salvia nemorosa ‘Ostfriesland’, deze wordt al vele jaren gekweekt. Je ziet de ‘Ostfriesland’ in veel tuinen, gemeenteplantsoenen en bedrijfstuinen. Salvia ’s komen in ieder werelddeel voor, waardoor de eisen van de verschillende soorten ook erg variëren. Er zijn winterharde soorten die wel 20 graden vorst verdragen tot vorstgevoelige soorten die je ’s winters binnen moet overwinteren.

Snelle groeier

De soort waar ik je enthousiast voor wil maken is de Salvia guaranitica, een groep salvia’s die je niet zoveel ziet. De reden daarvoor is dat hij eigenlijk niet winterhard is, maar in de praktijk blijkt dat hij meer vorst kan verdragen dan je verwacht. Daarnaast zijn de laatste winters niet meer zo koud. De Salvia guaranitica ‘Black and Blue’ is mijn absolute favoriet. De knoppen hangen eerst sierlijk omlaag en groeien in een paar dagen uit tot een groen-zwarte aar, zelfs de steel is zwart. Als de bloemen uitkomen is de verrassing compleet, prachtige paarse bloemen die bijna licht geven. Nadat de bloemen zijn afgevallen blijft de zwarte bloemstengel nog een tijdje intact. Ook mooi te gebruiken in een boeket. Na een aantal jaren kan deze Salvia wel 150 cm. worden, een flinke groeier dus.
Om te zorgen dat de Salvia guaranitica de winter doorkomt, kan je hem het beste 10 centimeter dieper planten dan gebruikelijk, hierdoor is hij beter beschermd tegen de kou. Neem in augustus ook altijd wat stekken die je binnen op een lichte plaats laat overwinteren, dan ben je er zeker van dat je de salvia niet kwijtraakt.

Voordeur of achterdeur?

De salvia is een echte insectenplant en daarom een waardevolle toevoeging aan de levende tuin. Ik ben er eens bij gaan zitten om te bekijken welke insecten op deze salvia vliegen. Het zijn voornamelijk hommels, wilde bijen en honingbijen. Sommige soorten hebben niet zo’n lange tong en spelen daarom een beetje vals. Ze bijten een gaatje aan de zijkant van de kroonbuis om zo bij de nectar te komen. In feite stelen ze de nectar, want bestuiving is natuurlijk gewoon ruilhandel. Het insect komt voor de nectar maar moet eerst langs de stuifmeeldraden, waardoor de plant bestoven wordt. In dit geval neemt de hommel de achterdeur en is alleen uit op de nectar. Op de foto is dit goed te zien, het grappige is dat ieder soort een andere werkwijze heeft. De meeste insecten landen op de bloem, maar dit kleine hommelsoortje hangt ondersteboven onder de bloem.
Op dit moment is de salvia ook de favoriet van de kolibrievlinder. Je kent hem vast, hij vliegt pijlsnel en hangt als een kolibrie vóór de bloem zonder deze aan te raken. Omdat deze vlinder een lange tong heeft, neemt hij wél de voordeur.

Onkruid, ja of nee?

onkruid, inheemse planten, de buitenkamer tuinontwerp, Marion Vermeulen, de Buitenkamer, Gassel
Onkruid, what’s in a name?

Ons huis heeft zeven tot acht jaar te koop gestaan voordat wij het hebben gekocht. Zowel binnen als buiten laat dat zijn sporen na; ontbrekende goten, lekkages, verwilderde struiken en héél véél onkruid. Vooral wortelonkruid, daar word je niet blij van. Wortelonkruiden zijn onder andere zevenblad, kweekgras, heermoes en kruipende boterbloem. Als je deze planten niet verwijdert voordat je gaat aanplanten, dan krijg je ze nooit meer weg en zullen ze door je nieuwe planten heen groeien.

Niet frezen

Omdat ik geen bestrijdingsmiddelen gebruik (de levende tuin!) hebben we alles machinaal én handmatig verwijderd. Eerst zijn alle overbodige planten eruit gehaald. Daarna is het ‘gazon’ met een zodesnijder verwijderd en afgevoerd. Als laatste hebben we de grond laten schudden, hierdoor beroer je de grond zo min mogelijk en komen tegelijkertijd de wortels van het onkruid los te liggen zonder dat je ze in hele kleine stukjes hakt. Ieder klein deeltje van de wortels kan namelijk weer een volwaardige plant worden. Daarom is frezen bij wortelonkruiden ook uit den boze, je verwijdert het onkruid dan namelijk niet, maar je zorgt ervoor dat het zich kan vermeerderen. Na het losschudden hebben we de grond regelmatig geharkt om alle losse wortels te verwijderen. Kilo’s hebben we eraf gehaald! Na een aantal maanden kwam er geen wortelonkruid meer boven, zelfs geen klein sprietje.

 

Inheemse flora

Natuurlijk zaten er ook heel veel onkruidzaden in de grond, deze zijn makkelijk weg te schoffelen. Tenminste als je dat wilt, want is dit eigenlijk wel onkruid? Onkruid is beplanting die je op een bepaalde plek niet wilt hebben. Maar wat wij ‘onkruid’ noemen zijn natuurlijk gewoon inheemse planten, die van belang zijn voor de biodiversiteit. Daarom heb ik veel van de zaadonkruiden laten kiemen en in kratten bewaard om later uit te planten op een andere plek. Veel insecten zijn voor nectar en stuifmeel afhankelijk van inheemse flora. Hoe meer insecten, hoe meer voedsel voor vogels, vleermuizen, kikkers etc. Alles past als een puzzel in elkaar en vormt samen een levende tuin.

Onkruid weghalen?

onkruid de buitenkamer tuinontwerp marion vermeulen gassel

Onkruid, of toch niet?

Wat is nu eigenlijk onkruid? Brandnetels, madeliefjes of paardenbloemen zijn vaak ongewenste gasten in de tuin. Terwijl veel van deze planten hele goede eigenschappen hebben, ze zijn geneeskrachtig, kunnen gebruikt worden als meststof of zijn goede nectar en stuifmeelleveranciers. Vooral dat laatste is van belang voor je tuin.

 

Paardenbloem als tuinhulp

Hoe meer variatie aan insecten, hoe meer natuurlijke vijanden, hoe minder aantastingen in je tuin. Je creëert een natuurlijk evenwicht door natuurlijke vijanden aan te trekken. Laat de paardenbloem nou zo’n insectenmagneet zijn. Niet alleen bijen, hommels en vlinders komen op de paardenbloem af. Ook minder ‘aaibare’ soorten zoals gaasvliegen en zweefvliegen houden ervan. Deze insecten eten veel schadelijke insecten en zijn dus een perfecte hulp in je tuin.

 

Drachtplant

Als een plant stuifmeel en nectar levert noem je zo’n plant een drachtplant. Niet alle planten leveren stuifmeel en nectar van dezelfde kwaliteit. De paardenbloem levert zowel stuifmeel als nectar van de hoogste waarde, dus zo’n ‘onbetekenende’ plant is voor veel insecten van belang. Ook veel vlindersoorten hebben het stuifmeel en de nectar van de paardenbloem nodig. Vanwege de vroege bloei is de paardenbloem belangrijk voor veel soorten die al vroeg rondvliegen, zoals de citroenvlinder en het oranjetipje. Op dat moment zijn er nog niet zoveel bloemen in bloei en is de paardenbloem dus een belangrijke leverancier.

 

Onkruid

Je kan paardenbloemen onkruid noemen of inheemse flora, het is maar net zoals je het bekijkt. Voor mij is onkruid een plant die op een verkeerde plek staat. Dat kan dus ook een tuinplant als het Mexicaans madeliefje zijn die zich heeft uitgezaaid in het gras. Op sommige plekken in de tuin laat ik inheemse beplanting staan, zo werd ik vorig seizoen verrast door een prachtige combinatie van blaassilene, ontsnapt uit de bloemenweide, met lichtoranje goudsbloem en grijsbladige salvia. Vanmorgen zag ik dat de blaassilene weer opkomt, die mag blijven staan. Eventuele zaailingen houd ik goed in de gaten, om te voorkomen dat het uit de hand loopt. Omdat de temperaturen stijgen gaat alles aan de groei, gewenste én ongewenste planten. Haal de ongewenste planten (=onkruid ) nu weg, dat scheelt je veel tijd in het komende seizoen.