Buxusmot alert

buxusmot de buitenkamer tuinontwerp gassel

Vroege Buxusmot

De eerste rupsen van de buxusmot zijn alweer gespot, door de zomerse temperaturen gaat de natuur in de hoogste versnelling. Sinds 2007 is de buxusmot in ons land en verspreidt zich inmiddels over steeds meer provincies. De rupsen zijn de boosdoeners, ze zijn onverzadigbaar en eten in no time je buxussen kaal. Heb je een enkele buxus in de tuin dan is dat niet zo’n probleem, je kan hem behandelen of vervangen voor een andere plant. Het is lastiger als de buxus, in de vorm van hagen of solitairen, een grote rol spelen in je tuin.

Mooie mot

De meeste motten of nachtvlinders zijn onooglijk en vallen niet op. Grijzig of bruinig vliegen ze ’s avonds en ’s nachts door je tuin, je weet eigenlijk niet dat ze er zijn. Hoe anders is dat bij de buxusmot, zilverig crème-wit met zwarte randen aan de vleugels. Groot, prachtig van kleur en zichtbaar vliegend in de schemering of rond een buitenlamp. Uit onderzoek blijkt dat nachtvlinders een belangrijke rol spelen bij de bestuiving van, vooral, inheemse planten. Of de buxusmot hier ook aan mee doet is me niet bekend, nergens vind ik hier publicaties over. Hoe mooi zou het zijn als onze vogels, die inmiddels steeds beter weten dat buxusrupsen lekker zijn, de plaag binnen de perken kunnen houden. En als deze nachtvlinder ook nog bepaalde planten blijkt te bestuiven zou het helemaal mooi zijn. Dan is de buxusmot een nieuwe toevoeging aan onze biodiversiteit.

Met mate behandelen

Soms zijn er maar weinig rupsen, laat de natuur dan zijn gang gaan. Inmiddels zijn er veel vogelsoorten die de rupsen op het menu hebben staan. Vooral koolmezen en mussen hebben ze ontdekt. Je kunt de struiken ook met een hogedrukreiniger bespuiten, door de harde straal water vallen de rupsen op de grond en overleven het niet. Heb je veel tijd over dan kan je regelmatig de rupsen handmatig verwijderen. Mocht dit allemaal niet lukken dan kan je Topbuxus Anti Rups gebruiken, dit biologische product is niet schadelijk voor andere insecten en vogels. Het is een bacteriepreparaat dat je oplost in water en over de buxus spuit.

 

 

 

Onkruid weghalen?

onkruid de buitenkamer tuinontwerp marion vermeulen gassel

Onkruid, of toch niet?

Wat is nu eigenlijk onkruid? Brandnetels, madeliefjes of paardenbloemen zijn vaak ongewenste gasten in de tuin. Terwijl veel van deze planten hele goede eigenschappen hebben, ze zijn geneeskrachtig, kunnen gebruikt worden als meststof of zijn goede nectar en stuifmeelleveranciers. Vooral dat laatste is van belang voor je tuin.

 

Paardenbloem als tuinhulp

Hoe meer variatie aan insecten, hoe meer natuurlijke vijanden, hoe minder aantastingen in je tuin. Je creëert een natuurlijk evenwicht door natuurlijke vijanden aan te trekken. Laat de paardenbloem nou zo’n insectenmagneet zijn. Niet alleen bijen, hommels en vlinders komen op de paardenbloem af. Ook minder ‘aaibare’ soorten zoals gaasvliegen en zweefvliegen houden ervan. Deze insecten eten veel schadelijke insecten en zijn dus een perfecte hulp in je tuin.

 

Drachtplant

Als een plant stuifmeel en nectar levert noem je zo’n plant een drachtplant. Niet alle planten leveren stuifmeel en nectar van dezelfde kwaliteit. De paardenbloem levert zowel stuifmeel als nectar van de hoogste waarde, dus zo’n ‘onbetekenende’ plant is voor veel insecten van belang. Ook veel vlindersoorten hebben het stuifmeel en de nectar van de paardenbloem nodig. Vanwege de vroege bloei is de paardenbloem belangrijk voor veel soorten die al vroeg rondvliegen, zoals de citroenvlinder en het oranjetipje. Op dat moment zijn er nog niet zoveel bloemen in bloei en is de paardenbloem dus een belangrijke leverancier.

 

Onkruid

Je kan paardenbloemen onkruid noemen of inheemse flora, het is maar net zoals je het bekijkt. Voor mij is onkruid een plant die op een verkeerde plek staat. Dat kan dus ook een tuinplant als het Mexicaans madeliefje zijn die zich heeft uitgezaaid in het gras. Op sommige plekken in de tuin laat ik inheemse beplanting staan, zo werd ik vorig seizoen verrast door een prachtige combinatie van blaassilene, ontsnapt uit de bloemenweide, met lichtoranje goudsbloem en grijsbladige salvia. Vanmorgen zag ik dat de blaassilene weer opkomt, die mag blijven staan. Eventuele zaailingen houd ik goed in de gaten, om te voorkomen dat het uit de hand loopt. Omdat de temperaturen stijgen gaat alles aan de groei, gewenste én ongewenste planten. Haal de ongewenste planten (=onkruid ) nu weg, dat scheelt je veel tijd in het komende seizoen.

 

 

Vroegbloeiende crocus


Crocus chrysanthus ‘Romance’ de Buitenkamer Tuinontwerp Gassel Marion Vermeulen

Winterbloeiers

Nee, deze crocus is niet vandaag gefotografeerd, op een dag met veel regen, wind en het NK Tegenwindfietsen. Dit plaatje is van een paar dagen geleden toen de zon zo heerlijk scheen. Je ziet dat de natuur direct reageert, winterbloeiers gaan open en insecten gaan op zoek naar nectar en stuifmeel. Vooral voor de vroege insecten zoals hommels en honingbijen is dit belangrijk. Daarom heb ik veel winterbloeiers in de tuin staan, niet alleen bloembollen maar ook vroegbloeiende vaste planten, heesters en bomen.

Vroeg, vroeger, vroegst

Als we aan bloembollen denken dan zien we vaak tulpen, narcissen en hyacinten voor ons. Deze worden dan ook het meest verkocht. Ze vallen op door hun grootte en soms felle kleuren. Mijn voorkeur gaat uit naar het ‘bijgoed’, dat zijn de stinzenbollen, verwilderingsbollen, botanische- en inheemse bloembollen. In deze categorieën vind je veel vroegbloeiende soorten. Een van deze juweeltjes is de Crocus chrysanthus ‘Romance’, dit jaar bloeiend op 2! februari. Crocus chrysanthus is een sierlijke kleine zachtgele crocus met een wit-gele buitenzijde, een prachtige combinatie.

Verdwaald

Op de foto zie je een verdwaald lieveheersbeestje, deze carnivoor komt niet voor het stuifmeel of de nectar. In de bloem heerst een microklimaatje, waarschijnlijk geniet dit nuttige kevertje van de warmte en beschutting. Als hij/zij het warm genoeg vindt, start de jacht op bladluizen. Ze kunnen mij niet vroeg genoeg beginnen;)

Sneeuwklokjes kondigen de lente aan

de Buitenkamer tuinontwerp, Grave, sneeuwklokje

Voorbij de donkere dagen

Na de donkere decemberdagen is de komst van de lente onmiskenbaar, het duurt nog wel even, maar als je goed kijkt zie je de eerste tekenen al. De vogels laten weer van zich horen, vanmorgen hoorde ik, nog in de schemering, een roodborstje zingen. Ook beginnen de eerste bloembollen te bloeien, sneeuwklokjes en winterakonietjes zijn de vroegst bloeiende bollen.

Stinzenplanten, klein maar fijn

Deze bloembollen behoren tot de stinzenplanten, dit is een groep planten die sinds eeuwen werd aangeplant bij kastelen, buitenplaatsen en oude boerderijen. Deze planten zijn de eerste ingevoerde tuinplanten en waren alleen beschikbaar voor de rijken die een stenen huis (stins) bezaten. Tot voor enkele jaren geleden werd er nauwelijks aandacht aan besteed terwijl ze cultuurhistorisch van belang zijn. Inmiddels wordt de waarde van stinzenbollen ingezien en worden ze op veel landgoederen opnieuw geplant en zijn ze weer in grote getalen te zien. De tuinen van kasteel Hackfort in Vorden zijn een goed voorbeeld.

Vroege bloei is belangrijk

Bloembollen, vooral de vroege soorten zoals sneeuwklokjes, zijn onmisbaar in een levende tuin. Ze zorgen in een bijna bloemloze periode voor voldoende nectar en stuifmeel voor vroege bijen en hommels. De insecten zorgen tegelijkertijd voor bestuiving waardoor deze bloembollen zich door middel van zaad kunnen vermeerderen, hierdoor ontstaat in de loop der jaren een prachtig tapijt.

Meer en meer

Sneeuwklokjes vermeerderen zich niet alleen door zaad maar ook ondergronds. Elke ‘grote’ bol maakt meerdere kleintjes waardoor je uiteindelijk een grote klomp met bolletjes krijgt. Om sneller een mooi tapijtje te krijgen kan je de bolletjes opnemen en weer uitplanten. Bij sneeuwklokjes noem je dat ‘in the green’ verplanten. Wacht met verplanten tot ze uitgebloeid zijn maar laat het groen niet afsterven, het blad moet dus nog groen zijn. Graaf ze op, en verdeel de bolletjes over de plek waar je ze hebben wil en plant ze daar weer uit. Een schaduwrijke plek is ideaal, met het liefst zon tijdens de bloei. Onder bomen of struiken zullen ze het goed doen en je belonen met prachtige klokjes.

Blue monday

Blue monday

Blue Monday

Ooit bedacht door een PR-bureau, inmiddels omarmd door alle media. Blue Monday zou de meest deprimerende dag van het jaar zijn. Ondanks dat ieder wetenschappelijk bewijs ontbreekt, besteedt vrijwel iedere krant er vandaag aandacht aan. Het lijkt onzin, maar dat is het toch niet helemaal. Iedereen heeft wel eens een dag of periode dat je je niet prettig voelt; somber, lusteloos of moe. Al is dat dus niet de tweede of derde maandag van januari.

Blue sky

Laat je niet beïnvloeden door ‘Blue Monday’, zet fijne muziek op, ga wandelen of laat je inspireren door de mooie dingen om je heen. In deze tijd van het jaar worden de dagen langer en begint de natuur heel langzaam te ontwaken. Als de zon schijnt voel je de kracht ervan en kan je in een windvrij hoekje al in de zon zitten. Wel met een jas aan natuurlijk. Dit is ook de tijd om je voor te bereiden op het nieuwe tuinseizoen. Wat ga je zaaien, in potten zetten of op een vrijgekomen plek in de tuin planten?

Blue poppy

Denk dan eens aan iets bijzonders. Een van de mooiste blauwe bloemen ter wereld is de Meconopsis betonicifolia, de blauwe papaver. Dat heeft te maken met het feit dat er maar weinig écht blauwe bloemen zijn. De meesten zijn lila of paars en niet echt blauw. Daarnaast is het een plant die nogal wat eisen stelt en niet snel tevreden is, dat maakt hem natuurlijk nog begerenswaardiger. Het is geen allemansvriend die het overal doet. Meconopsis heeft graag een humusrijke, koele licht beschaduwde plaats en niet te warme zomers. De papaver leeft niet zo lang en gedraagt zich als een tweejarige plant. Het is een uitdaging om de blauwe papaver eens te proberen, je kan hem als plant kopen of zaaien. Voorzaaien is de ultieme uitdaging!

Voorzaaien | tuintip voor het weekend

Voorzaaien, de buitenkamer tuinontwerp Marion Vermeulen Gassel

Bijna voorjaar

Ook al ligt er een dik pak sneeuw en hebben we afgelopen nacht -12 genoteerd, toch is het voorjaar in zicht. De dagen worden langer en de zon heeft meer kracht. De natuur bereid zich voor op de lente. En dat moeten wij nu ook doen, tenminste als je zelf bloemen, kruiden of groenten wilt kweken. Van zaadje naar volwassen plant; ik vind het nog steeds een wonder. Een onooglijk klein zaadje stop je in de grond en door alle energie – gehaald uit aarde, water en zonlicht – groeit dit zaadje uit tot een volwassen plant. Het is extra waardevol als je eetbare planten gaat voorzaaien. Je begint met een zaadje en uiteindelijk kan je gaan koken met het eindresultaat.

Oogsten

Je kunt nog niet alles voorzaaien, maar voor pepers, paprika’s en aubergines is het nu de beste tijd. Deze planten doen er namelijk lang over om oogstbare vruchten te geven. Als je te lang wacht met zaaien dan worden, in ons klimaat, de dagen alweer te kort om te kunnen oogsten.
Voorzaaien doe je in bakjes, potjes of zaaitrays. Zelf geef ik de voorkeur aan gebruikte bakjes waar druiven in zitten als je ze koopt bij de groenteboer. Ze zijn stevig, hebben een deksel én ik hou van hergebruiken. Vul ze met zaai/stekgrond en zet ze op een dienblad of iets dergelijks want er zitten gaatjes in de onderkant. Zaai niet te diep, een halve centimeter diep is prima. Zet de bakjes op een warme vensterbank in de zon, de zaden hebben 20-25 graden nodig om te ontkiemen. Zorg dat de bakjes niet uitdrogen, dus af en toe even besproeien met een plantenspuit. Het kan een paar weken duren voordat de zaden ontkiemen. Laat de zaailingen groeien totdat ze in totaal 4 blaadjes hebben; nu kan je ze gaan verspenen. Ze hebben nu meer voeding en ruimte nodig om goed te kunnen groeien. De grootste en stevigste zaailingen zullen ook de sterkste planten worden. Deze selecteer je en verplant je in een potje (ongeveer 10 cm.) met potgrond. Nu kunnen ze verder groeien totdat ze half mei naar buiten kunnen. Waarschijnlijk moet je ze tussendoor nog een keer verplanten in een grotere pot. Ze houden van veel zonlicht maar zorg en wel voor dat ze niet te warm (woonkamer) staan, dan worden het namelijk van die dunne slappe planten. Een beetje experimenteren dus en bekijken wat de beste plek is.

Zaden

Er zijn verschillende manieren om aan zaad te komen. Je kan van een paprika of peper die je in een gerecht gebruikt de zaden bewaren. Dit zijn meestal de algemene soorten, wil je iets bijzonders kijk dan eens op de webshops van de Bolster of de Nieuwe tuin

 

 

Vroeg fluitenkruid

Fluitenkruid, de Buitenkamer, de levende tuin, Marion Vermeulen, Gassel

Bloeiend fluitenkruid

Zelfs met deze lage temperaturen bloeien er planten. Dan bedoel ik niet de voor de hand liggende tuinplanten zoals Helleborus (kerstroos) die altijd in deze tijd bloeien maar inheemse planten, gewoon in de natuur. Vandaag kwam ik op een luwe plek in de bosrand dit bloeiende fluitenkruid tegen. In zachte winters blijft het mooie frisgroene blad zichtbaar en met een beetje geluk vind je een bloeiende plant. Van de holle stengel kan je een fluitje maken, vandaar de naam. Hij wordt ook wel kantbloem of Hollands kant genoemd, als hij in april-juni volop bloeit lijken de bermen wel van kant.

 

Gedekte tafel

Door inheemse planten aan te planten in je tuin ontstaat er meer biodiversiteit. Dit is een van de aspecten van de levende tuin, het aantrekken van insecten, zorgt voor meer bestuiving en daarnaast zijn ze weer voedsel voor bijvoorbeeld vogels en vleermuizen. Bij onze inheemse planten ‘horen’ bepaalde insecten. De Fluitenkruidbij is een soort die afhankelijk is van schermbloemigen zoals het fluitenkruid. Maar niet alleen deze bijensoort komt op de zoetgeurende bloemen af, ook honingbijen, kevers, zweefvliegen en vlinders weten het fluitenkruid te vinden.

 

Inheemse tuinplanten

Zet dus eens een fluitenkruidplant in je tuin, hij doet het op vrijwel iedere grondsoort. Een plekje in de zon of halfschaduw gaat prima. Diepe schaduw is wat lastig maar experimenteren kan verrassende resultaten opleveren. Op sommige plekken, afhankelijk van de grondsoort, kan hij wel 1,5 meter hoog worden. Let na de bloei wel even op, hij kan zich flink uitzaaien. Wil je dat niet, haal dan de uitgebloeide bloemen op tijd weg.
En dan… afwachten en genieten. Kijk eens met aandacht naar de vele insectensoorten die op het fluitenkruid afkomen. Probeer ze eens te determineren of te fotograferen. Snuif de zoete geur op als je er langs loopt en ervaar het oplichten van het wit van de bloem tijdens de schemering.

 

Regen

Pelargonium, Geranium, regen, de buitenkamer tuinontwerp, Marion Vermeulen, de Buitenkamer, Gassel

Eindelijk regen

Regen, waar we zolang op gehoopt hebben, komt nu met bakken uit de hemel. De tuin fleurt er ontzettend van op, de vale grijsgroene sluier is op de veel plekken verdwenen. Maar niet overal, veel bomen en struiken hebben het nog steeds erg moeilijk. Vandaag heb ik eens een proefje gedaan. De bovenste 50 centimeter is redelijk vochtig maar daaronder is het maar matig. Dat betekent dat de vaste planten (planten die winters bovengronds afsterven en in het voorjaar weer uitlopen) de beschikking hebben over water. De meeste vaste planten wortelen namelijk niet zo diep en hebben genoeg aan de bovenste 30 tot 50 centimeter. Struiken wortelen veel dieper, de vraag is of de grond daar al vochtig genoeg is. Bomen wortelen in nog diepere lagen en hebben, als je geluk hebt, de beschikking over grondwater.

Omgeving

De verschillen zijn regionaal én plaatselijk erg groot. Dat heeft te maken met de vele aspecten die samenhangen met voldoende water voor je planten. Tuinier je op zand, veen of klei? Hoe hoog, of hoe laag, is de grondwaterstand? Woon je in een gebied waar veel of weinig regen valt? Houd ook in de herfst en winter je beplanting goed in de gaten; op veel plaatsen in Nederland is de bodem nog veel te droog. Op de website van je waterschap kan je meer informatie vinden over de stand van zaken in jouw omgeving. Waterschap Aa en Maas, waar Gassel onder valt, geeft onder andere de volgende info: ‘We hebben een kletsnatte herfst/winter nodig voordat het watersysteem weer helemaal is aangevuld en er weer een voorraad is voor de lente en zomer van 2021.’

In de gaten houden

Hoe ongewoon het ook lijkt, misschien moet je in de winter wel watergeven. Dat geldt natuurlijk niet voor bladverliezende struiken en bomen, Deze zijn in rust en hebben pas aan het einde van de winter weer water nodig, als de sapstroom op gang komt. In tegenstelling tot bladhoudende bomen en heesters, zij zijn bij winterse droogte kwetsbaar omdat via het blad water verdampt. Denk dan bijvoorbeeld aan steeneik, Magnolia grandiflora, Taxus(haag), laurier(haag), coniferen, etc. Houd deze dus extra goed in de gaten bij droge periodes, vooral als er veel wind staat, want dan is er nog meer verdamping.

Planten in potten

Bij planten in potten is de kans groot dat ze juist teveel water krijgen, zeker als je nog waterschotels onder de potten hebt staan. In een paar dagen tijd kan je plant verrotten. Loop dus vandaag nog een rondje en haal de onderschotels weg. Bij droogte kan je ze er weer onder zetten.

 

 

 

Verbena trekt veel vlinders aan

Koninginnepage

Aaibare insecten op Verbena

Verbena bonariensis trekt veel vlinders aan, dit zijn ongetwijfeld de mooiste insecten in de tuin. Ze zijn kleurig en dwarrelen sierlijk in het rond. Ik heb nog nooit gehoord dat iemand een hekel heeft aan vlinders, sterker nog; bijna iedereen wil vlinders in zijn tuin. Daarom is de vlinderstruik , Buddleia  zo populair, hij doet zijn naam eer aan en trekt heel veel vlinders aan. Een plant die minstens zoveel vlinders aantrekt is de Verbena bonariensis.

Zuidelijke gasten

Allerlei soorten vlinders én andere insecten zijn dol op de nectar van deze plant. Sinds ongeveer 2 weken is het dringen geblazen. Er vliegen niet alleen heel veel ‘gewone’ vlinders rond de Verbena maar ook de kolibrievlinder is een dagelijkse gast. Onvermoeibaar vliegt dit bijzondere vlindertje van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. Hij doet zijn naam eer aan, het is net een kleine kolibrie. Met zijn dikke lijfje en compacte vleugels vliegt hij pijlsnel van bloem tot bloem.
Gisteren kregen we bezoek van de koninginnepage, met recht een koningin. Een bijna on-Nederlandse grote vlinder die makkelijk grote afstanden kan afleggen, ze komen voornamelijk voor in zuidelijke streken. Door de warme zomers worden ze de laatste jaren steeds vaker waargenomen.

Dagpauwoog

 

Slanke Verbena

Ben je dol op vlinders en zoek je een makkelijke langbloeiende plant? Zet deze slanke dame dan in je tuin, vanaf juni totdat de vorst invalt kan je genieten van de lila-paarse bloemen. Omdat de Verbena weinig ruimte inneemt past hij/zij in iedere tuin. Hij wordt ingedeeld bij de tweejarigen, maar soms staat hij langer op dezelfde plek. Ieder voorjaar komen er rondom de plant tientallen zaailingen op, hierdoor ben je verzekerd van nieuwe, jonge planten. De zaailingen laten zich op plekken waar je ze niet wilt, makkelijk verwijderen.
Ook op een balkon doet de Verbena het prima want de hoge bloemstengels wuiven prachtig op de wind. Er is overigens ook een miniuitvoering, namelijk de Verbena ‘Lollipop’, een compacte variatie. Zelf vind ik hem ziet zo geslaagd; juist de hoge slanke stengels maken van de verbena een unieke verschijning.

Waardplanten zijn onmisbaar in de levende tuin

Vlinders hebben ook waardplanten nodig, dit zijn namelijk planten waar de vlinders de eitjes op afzetten en waar de rupsen van eten. Voor koninginnepages zijn dat schermbloemigen zoals wortel, dille of wilde peen, heel specifiek dus. Veel vlinders zijn niet zo kieskeurig en zijn erg blij met brandnetels. Heb je nog ergens een hoekje over? Zet daar dan eens een brandnetel neer, hiermee doe je nog meer voor de levende tuin!

Snelle salvia

Salvia’s zijn onmisbaar in de tuin

Omdat er zoveel soorten salvia’s zijn, is er altijd wel een die geschikt is voor jouw tuin. De meest bekende is natuurlijk de Salvia nemorosa ‘Ostfriesland’, deze wordt al vele jaren gekweekt. Je ziet de ‘Ostfriesland’ in veel tuinen, gemeenteplantsoenen en bedrijfstuinen. Salvia ’s komen in ieder werelddeel voor, waardoor de eisen van de verschillende soorten ook erg variëren. Er zijn winterharde soorten die wel 20 graden vorst verdragen tot vorstgevoelige soorten die je ’s winters binnen moet overwinteren.

Snelle groeier

De soort waar ik je enthousiast voor wil maken is de Salvia guaranitica, een groep salvia’s die je niet zoveel ziet. De reden daarvoor is dat hij eigenlijk niet winterhard is, maar in de praktijk blijkt dat hij meer vorst kan verdragen dan je verwacht. Daarnaast zijn de laatste winters niet meer zo koud. De Salvia guaranitica ‘Black and Blue’ is mijn absolute favoriet. De knoppen hangen eerst sierlijk omlaag en groeien in een paar dagen uit tot een groen-zwarte aar, zelfs de steel is zwart. Als de bloemen uitkomen is de verrassing compleet, prachtige paarse bloemen die bijna licht geven. Nadat de bloemen zijn afgevallen blijft de zwarte bloemstengel nog een tijdje intact. Ook mooi te gebruiken in een boeket. Na een aantal jaren kan deze Salvia wel 150 cm. worden, een flinke groeier dus.
Om te zorgen dat de Salvia guaranitica de winter doorkomt, kan je hem het beste 10 centimeter dieper planten dan gebruikelijk, hierdoor is hij beter beschermd tegen de kou. Neem in augustus ook altijd wat stekken die je binnen op een lichte plaats laat overwinteren, dan ben je er zeker van dat je de salvia niet kwijtraakt.

Voordeur of achterdeur?

De salvia is een echte insectenplant en daarom een waardevolle toevoeging aan de levende tuin. Ik ben er eens bij gaan zitten om te bekijken welke insecten op deze salvia vliegen. Het zijn voornamelijk hommels, wilde bijen en honingbijen. Sommige soorten hebben niet zo’n lange tong en spelen daarom een beetje vals. Ze bijten een gaatje aan de zijkant van de kroonbuis om zo bij de nectar te komen. In feite stelen ze de nectar, want bestuiving is natuurlijk gewoon ruilhandel. Het insect komt voor de nectar maar moet eerst langs de stuifmeeldraden, waardoor de plant bestoven wordt. In dit geval neemt de hommel de achterdeur en is alleen uit op de nectar. Op de foto is dit goed te zien, het grappige is dat ieder soort een andere werkwijze heeft. De meeste insecten landen op de bloem, maar dit kleine hommelsoortje hangt ondersteboven onder de bloem.
Op dit moment is de salvia ook de favoriet van de kolibrievlinder. Je kent hem vast, hij vliegt pijlsnel en hangt als een kolibrie vóór de bloem zonder deze aan te raken. Omdat deze vlinder een lange tong heeft, neemt hij wél de voordeur.